Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De wijkgedachte

In 1946 verscheen de publicatie ‘De stad der toekomst, de toekomst der stad. Een stedenbouwkundig en sociaal-culturele studie over de groeiende stadsgemeenschap’. Deze studie over de Wijkgedachte is een pleidooi voor het laten samenvallen van de individuele ontwikkeling met een besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Men ziet de woonwijk als de verbindende schakel tussen de individuele woning en de gehele samenleving.

Voor een maximale integratie van het individu en het collectief zou een woonwijk niet alleen de dagelijkse voorzieningen moeten bevatten zoals scholen en winkels, maar ook huisvesting moeten bieden aan alle soorten gezinssamenstellingen, zoals alleenstaanden, gehuwden, echtparen met kinderen en ouderen. Interessant is de rol die de publicatie toekent aan ouderen in de wijk. Omdat zij niet meer werken kunnen zij van betekenis zijn voor het buurt- en familieleven. Deze rol veronderstelt dat ouderen in de wijk blijven wonen, in een ‘zeer beknopte woning op de begane grond, welke, speciaal voor de bejaarde ontworpen, toch te midden van de normale woningen gelegen moet zijn om het contact met familie en kinderen niet te bemoeilijken en de betrekkingen met het volle leven niet af te snijden’. Het ideaal van de Wijkgedachte is maximale integratie van ouderen in de samenleving.