Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De geschiedenis van het ontwerpen voor ouderen is sterk verbonden met politieke, economisch en maatschappelijke processen. Afhankelijk van wetgeving en financiering nemen soms instituties, dan weer private partijen of de ouderen zelf verantwoordelijkheid voor de huisvesting van ouderen. Met de toename van de welvaart in West Europa wordt de gemiddelde levensverwachting steeds hoger en het aantal ouderen in de gehele bevolking neemt toe. Deze vergrijzing dwingt de samenleving na te denken over ouderenhuisvesting op meerdere schaalniveaus, zoals planologie, stedenbouw en landschap, interieur en design.

Daarbij is ouderdom in de twintigste eeuw onderwerp geworden van wetenschappelijke disciplines zoals de gezondheidszorg (geriatrie), psychologie, de sociologie en antropologie. Er is bijvoorbeeld veel meer kennis over de invloed van het interieur en de buitenruimte op het welbevinden van ouderen. En toekomstige ontwikkelingen in het interieur, zoals de robotisering en automatisering van het huishouden leiden tot de vraag hoe deze een rol gaan spelen in ouderenhuisvesting en hoe deze zich verhouden tot een menselijke woonomgeving. De steeds grotere betrokkenheid van allerlei disciplines bij ouderenhuisvesting door de tijd heen tonen een lang proces van culturele inbedding van ouderdom in de samenleving. Hierbij is op wisselende wijze gepoogd het bieden van zorg te combineren met behoud van vitaliteit, sociale integratie en persoonlijke levensstijl.