In het voorjaar van 2015 is door architectuur- en kunstgeschiedenisstudenten van de Vrije Universiteit in Amsterdam in de archieven van Het Nieuwe Instituut onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van ouderenhuisvesting. Dat heeft geresulteerd in een presentatie van 50 ontwerpen voor ouderenhuisvesting. Daarmee stelt Het Nieuwe Instituut de huisvesting van ouderen als een breder cultureel vraagstuk aan de orde, gevoed vanuit erfgoed en een historisch perspectief.

Het archief als bouwsteen van de toekomst

De VU-studenten hebben uit het talrijke archiefmateriaal een aantal kenmerkende projecten geselecteerd en nader onderzocht. In de presentatie ‘Lang zullen we leven!’ wordt de ontwikkeling van de ouderenhuisvesting geschetst aan de hand van vijftig ontwerpen, die zijn verdeeld in vijf categorieën. Het zijn stuk voor stuk  ontwerpen die karakteristiek zijn voor een bepaalde tijd, of een omslag laten zien in het denken over ouderen in de samenleving en de wisselwerking tussen wonen en zorg. Hieruit blijkt dat er door de tijd heen constante typologieën zijn in de huisvesting van ouderen, maar dat de context waarin deze functioneren steeds wisselt.

De archieven van Het Nieuwe Instituut bieden een breed scala aan ontwerpen voor ouderenhuisvesting van de laatste honderd jaar. Het palet aan huisvesting voor ouderen is zeer divers en laat zien dat ‘de ouderen’ als vastomlijnde groep niet bestaat, maar net zo gevarieerd is als jongere generaties, en uit vele subculturen bestaan. Hierdoor krijgt ook de combinatie zorg-wonen op zeer verschillende wijzen vorm, waarbij vraaggestuurde en aanbodgestuurde zorg de uitersten van het spectrum zijn. Uit de getoonde ontwerpen blijkt dat de visie die ten grondslag ligt aan ontwerpen voor ouderen dualistisch is: enerzijds is deze bevlogen, empatisch en idealistisch en anderzijds rationeel, afstandelijk en soms ook berekenend. Rode draad hierin is het denken over ouderen als een aparte groep, die ver afstaat van andere generaties en niet verbonden is met de samenleving als geheel. Hoewel de naoorlogse verzorgingsstaat ouderen veel goeds heeft gebracht, heeft deze overheidszorg wellicht ook de vervreemding en afstand ten opzichte van ouderen bevorderd in plaats van verkleind. 

In de toekomst lonkt een andere opgave. De tot voor kort gangbare situatie dat alleen de overheid verantwoordelijk is voor de levenskwaliteit van verschillende generaties verdwijnt en deze verantwoordelijkheid krijgt ook een plek in het privédomein. Dit vraagt om nieuwe samenwerkingsverbanden tussen instituten en informele netwerken. Ontwerpen voor ouderenhuisvesting kunnen deze nieuwe verbanden onderzoeken en ook vertalen in architectonische en stedenbouwkundige ontwerpen. Het dirigeren van ouderenhuisvesting naar het private domein biedt ook een kans om het onderscheid tussen jong en oud, vitaal en gebrekkig te verkleinen. Vertrouwdheid met ouderdom en de gebreken die hier bij horen kan een zinvolle richting geven aan de vraag waar iedereen ooit mee te maken krijgt: hoe willen wij oud worden en in welke omstandigheden.